Makreel

makreel

Een van mijn vele volgers op Instagram zag de foto die boven dit artikel staat en vroeg het recept. Pani Pwoblème zeggen ze op de Franse Antillen, geen probleem.

Ga naar de vismeneer en koop een aantal makreel fileetjes. Ik had er zes en dat was net genoeg voor de hoeveelheid vocht. Wilt u meer vermenigvuldig de hoeveelheden. U kunt ook hele makrele kopen en ze zelf fileren als u handig bent.

Benodigdheden:

U heeft 1 fles witte wijn nodig en een kop witte wijnazijn (ongeveer 1/4 liter). 7 peperkorrels, 3 teentjes knoflook, 1 laurierblaadje, een takje thym, twee kruidnagels, en een hele grote in pakken gesneden ui en een hand grofzout. Ook een biologische citroen of limoen en een tomaat.

Aan de slag:

Doe de wijn en de azijn in een pan. Doe alles behalve de citroen en de tomaat erbij en breng het aan de kook. een uur laten pruttelen.

Na een uur haalt u de vis uit de pan en legt het op een bordje, daarna gaat de rest door een zeef. NB: u wilt het vocht gebruiken, niet de aromaten!

Breng het vocht aan de kook, doe de vissen weer terug en doe er de aan plakjes gesneden citroen en tomaat bij. 20 minuten laten pruttelen en dan af laten koelen. U eet het koud en het is verschrikkelijk lekker. Beter dan uit een blikkie. U kunt de makreel ook door sardientjes vervangen.

lummel

Advertenties

32 responses to “Makreel”

  1. Ilona says :

    Dank voor dit mooie recept, lummel!
    Moet je écht die hele fles wijn en kwartkop azijn gebruiken?
    Het lijkt me niet moeilijk klaar te stoven.
    Ben heel benieuwd naar de smaak.

  2. Bertie says :

    Beetje jazzy, die Steely. Klinkt goed.

    Het recept zal goed smaken maar makreel is gerookt of gestoomd zo lekker dat ik niets anders blief. Ik krijg er meteen trek in.

  3. lummel says :

    gewoon een keer proberen Bertie, ik ben ook gek op bijna alle bereidingswijzen van makreel.

  4. NaamNomName says :

    Euh… dan moet u opschieten, want het makreelseizoen loopt rap op z’n eind; nog een paar weken hooguit. Hier in +31 zijn ze voor de kust al weg, en bij de boer kost ‘ie knaak vijftig het stuk; dof en ingevallen.
    (Gestoomde en gerookte komen uit vacuum en koeling, ander verhaal, andere keer.)

    Verse makreel krijg je des zomers cadeau: die springen dan namelijk uit nieuwsgierigheid bij de vissers aan boord!
    (Is echt waar: ik heb het met eigen ogen zien gebeuren. Ooit was ik mee op een dagje hobby- zeevissen op de Noordzee: op een trawler, 20 mijl buiten Scheveningen, mannetje of 40, belastingvrije jenever uit jerrycans benedendeks, en boven het roemruchte ‘makreelhijsen’. Dat hield in dat je een zo zwaar mogelijke zeehengel –denk een bezemsteel met een kleine lier, zoals voor zonneschermen– voorzag van een zogenaamde ‘paternoster’, een soort rozenkrans maar dan van haken, aan een lijn met aan het eind een loden anker. Het idee van zulk een tuig is dat de haken worden beaasd met een pier of stukje visvlees, dat het lood tot de bodem zakt en de lijn wordt strakgedraaid, waarna men bij een aanbeet de hengel ziet bewegen, waarop men de haak kan aanslaan en zetten, alvorens de vis naar het oppervlak te drillen door het opwinden van de lijn. Echter in het geval van makreel tijdens de zomermaanden is het onnodig de haken van aas te voorzien en zal het in de praktijk vrijwel onmogelijk blijken het ankerlood tot de zeebodem te doen geraken! Want namelijk al direct na de inworp werpen de makrelen zich massaal op de glanzende haken, en zelfs gevallen van ingeslikt lood zijn bekend, alsmede dus het aan boord springen, aangetrokken door glans, reuring, trillingen – de opwinding!)

    De gangbare opbrengst van een dagje makreelvissen op zee –vier uur heen, vier uur vissen, vier uur terug– is voor de niet-getrainde amateur minstens één vuilniszak vol. Vaak al binnen het eerste uur gevangen. Echte beginners vangen twee wijtinkies en een kabeljauwtje òf vullen ook een tweede vuilniszak, de meer ervaren visser gebruikt een sporthengeltje en één haak en houdt de oogst op een emmertje: vérse makreel wordt alhier nauwelijks gegeten. (Al kun je er prima sushi mee maken, al schiet dat ook niet echt op qua dooreten, enfin.)

    Als ik een suggestie mag doen als alternatief: niet zo zeer sardientjes, als wel hondshaai! Dit lijkt me nu typisch een goed recept om de –ook wat vettige en vlezige, niet al te vissige– haai mee te eren. Is nu het seizoen, zijn spotgoeiekoop want bijna niemand kent het, en het boert niet zo op als makreel bovendien…

    (Ja maar NaNoNé eet toch niks uit de zee? Neen, niet uit gewoonte, maar wel altijd wat ik zelf ving, en ik PROEF wanneer ik de kans heb. Een hapje, dingetje, morceau. Mijn eerste hondshaai was ik 5, visalfslag Stellendam, nog levende bijvangst, gratis mee te nemen. Vlees geproefd –bah!–, huid gezouten en gedroogd en in gebruik genomen om zelf gesmeed zilver mee te polijsten. Heb nog steeds een stukkie voor dat doel, op een plankje geplakt bij wijze van vijl. Nu ja, haaien: breek me de bek niet open!)

    Bon apétit!

    • bertjens says :

      Zeevissen, mooi verhaal maar in het echt…. voor je het weet lig je zelf ziek bij de vangst😢

      • NaamNomName says :

        Klopt! 🙂
        Het was op die trip dat ik voor het eerst iemand letterlijk groen van ellende heb gezien. Dus niet figuurlijk: de man had een groen gezicht, de héle trip. Ik zie ‘m nog voor me!

        (Jaren later heb ik eens een neger bleek weg zien trekken van een joint: da’s ook nauwelijks voor te stellen en iets wat je bij blijft…)

        Zelf was ik toen overigens zo koud en nat dat ik al bibberend en met verstijfde vingers niet eens meer mijn gulp open kon krijgen. Ik was een jaar of 13, had die vistrip gewonnen, maar het is bij die ene keer gebleven! Al die kerels zaten om 8 uur ’s ochtends al lekker warm onderdeks zware shag te paffen en jenever te zuipen uit emaille kroezen, en ik had mijn termosflesje in de auto al leeg…

        Mijn hobby is het niet. Vissen is voor vissers, en die doen het ook alleen maar omdat het mot…

        Wat een ellende!

      • Bertie says :

        Alzo sprak onze oudste na 1 tripje. Toen twaalf jaar. ☻

  5. NaamNomName says :

    🙂 Heb de zee altijd al te ruw gevonden…

    De ‘hengelsport’ op binnenwater daarentegen had me al jong in de greep. Mijn overgrootvader in Leiden had zijn tuin aan de Oude Rijn en onder zijn hoede begon ik daar op driejarige leeftijd met een bamboe stok van nog geen drie meter. Reeds op mijn vierde ging ik op zwemles, zodat ik ook zonder toezicht zou kunnen hengelen. (Dat ik uiteindelijk toch pas met vijf mijn A’tje haalde kwam door mijn magerte in combinatie met winter en een buitenbad, nog trauma’s van, blauw was ik, tegenwoordig zou je op de Eerste Hulp terecht komen en zij in de Rechtbank, terzijde.)

    Vanaf dat moment heb ik me –tot groot verdriet van mijn dier-lievende ouders– met welhaast religieuze toewijding aan het zoetwatervissen gewijd, en niet zonder resultaten: ik won wedstrijd na wedstrijd, zelfs de senioren viste ik er uit! Ik was gedwongen lid van de lokale hengelsportvereniging, die gaven vergunningen uit voor door hen gepacht water, en daar had men –na aanvankelijke geamuseerdheid– al snel tabak van me. Prijzen waren namelijk altijd in natura, en ik sleepte de fraaiste spullen mee naar huis.

    Ook alle lokale zomerwedstrijden die de VVV’s in de omringende toeristenplaatsen organiseerden waren voor mij niet veilig. Het is wel voorgekomen dat ik daar met vier of vijf prijzen naar huis ging: winnaar junioren, winnaar totaalklassement, winnaar meeste vissen, winnaar grootste vis, winnaar van de hele zomer. Hengels, koffers, tenten, vistrips (!), Gouden VVV-spelden, Gouden Zeenaalden, Geuzepenningen, hammen, worsten, gratis benzine, what not…

    Ik had namelijk ik al snel door dat het veel makkelijker is om vijf visjes van tien centimeter te vangen dan eentje van 50. Zo was ik ooit in Leiden begonnen: kort stikkie, klein haakje, miniem pauwepennetje, een staafje lood. In mijn tijd kwam er nèt superdun nylon op de markt: 8/100 mm, of zelfs 6/100, zo dun als een haar. Moest je voor naar Amsterdam, maar dan had je ook wat. En handgesmeedde Japanse haakjes zonder weerhaak, ook miniem. En dan win je wel hoor!

    Toen ik rond mijn 15e punk werd hield dat vissen natuurlijk goeddeels op…

    Voor mijn lol ging ik soms nog wel met een zo licht mogelijke werphengel de polder in, op ruisvoorn of snoek. Nog steeds af en toe trouwens, met antieke splitcane stok en een eveneens antiek molentje. Ruisvoorn slechts met drijvende vlok, snoek met een spinnertje of rapala-plug… Da’s pas vissen, Petri Heil! 😉

    • Bertie says :

      Eenmaal tot punk bekeerd stak je de haakjes door je oor. ☻

      Verder dan stuk vliegertouw aan een tak heb ik het nooit geschopt,

      • NaamNomName says :

        Klopt helemaal van die haak in mijn oor, en ander succesvol staaltje van épater le bourgeois was de levende made die ik –tijdens wedstrijden– tussen mijn lippen klaar hield. Maar da’s verder nooit echt aangeslagen… (True Story!)

      • Bertie says :

        😝Getver….
        Doet me denken aan een roman over Franse kinderen die hengelden in een rivier, als aas gebruikten ze bloedwormen en bewaarden die achter een wang, om ze vers te houden.
        Wat voor wormensoort dat is weet ik niet maar het klinkt ongelooflijk smerig. En dan zitten we nog wel op een kooksite….. Sorry Lummel.

  6. NaamNomName says :

    Klinkt als een boek dat ik wel zou willen lezen… ik ken het niet.

    Ook het gebruik van ‘bloedwormen’ als aas zegt me niets: wellicht worden er bloedzuigers mee bedoeld (Hirudo medicinalis), die komen van nature in sloten, plassen en rivieren voor.

    Wat er wellicht –en waarschijnlijker– ook kan worden bedoeld –ik zou het in de originele taal moeten lezen om er achter te komen– zijn ‘wat de Fransen “le ver de vase” of “vaseux” noemen, bloedrode muggelarven.

    Dat is een ‘super-aas’, zozeer zelfs dat het verboden is om bij wedstrijden te gebruiken! Er wordt beweerd dat zodra vissen enkele van die muggelarven hebben geproefd ze geruime tijd geen belangstelling meer hebben voor andere voedsel- c.q. aassoorten.
    De wedstrijdvisser die de ver de vase als aas en in zijn lokvoer gebruikt zou er zo voor zorgen dat zijn tegenstanders die dag geen schijn van kans meer hebben.

    Zelf heb ik die muggelarven ook gebruikt, zelfs tijdens competities, in de tijd dat dit nog niet verboden was –ik ben ook nog uit de tijd van de ‘leefnetten’, al weigerde ik die te gebruiken, waardoor er permanent een gecommitteerde met een meetlat naast me moest blijven staan, want ik ving soms wel 50 à 70 vissies per uur: scores van 12 meter vis in 3 uur kwamen voor; had ik al gezegd dat ik wel de beste maar niet de populairste deelnemer was?– maar al is het prima aas, al ik heb er nooit wonderen mee zien gebeuren en viste ik zelf liever met larven (kleine) van de gewone bromvlieg of (grotere) van vleesvlieg: vleesmaden.

    Dat kinderen in het boek een plukje van die muggelarven achter de wang bewaren komt me zeer logisch voor: de diertjes zijn klein, dun, kwetsbaar en gevoelig voor uitdroging. Ze kunnen niet of nauwelijks bewaard worden: je vangt ze vers en gebruikt ze direct, of z.s.m. (Zelf bewaarde ik ze in een plastic zakje met veel van hun soortgenoten en een scheutje water: dan houden ze het een aantal uren uit.)

    Deducerend zouden het heel goed die ‘vaseux’ kunnen zijn.
    Anderzijds zijn die zó klein en fijn dat je er een héél erg fijn haakje voor nodig hebt om ze aan te rijgen, óf men moet een kluitje van het spul met speciaal daartoe vervaardigde lijm(!) aan de haak kleven, iets dat de kinderen uit het boek zeer waarschijnlijk niet deden…
    (Dat lvan die schiet me plots te binnen! 🙂 Ik bezat zelf ooit een tubetje dat mijn grootvader uit Zwitserland had meegenomen: bloedrode velpon, je kon er ook zelf ‘kunstlarfjes’ van draaien. Toen en later nooit meer gezien en zelfs het internet kent het niet! Zie in de gauwigheid op vissers-fora wel het lijmtruukje voorbij komen, maar niet het speciale produkt.)

    Anyway. Ik ben nu wel zeer benieuwd naar dat boek, al met al!

    *Terzijde, wat dat “klinkt smerig” betreft:
    Dat zou men denken en roept in de eerste instantie ieder verstandig mens, intuitief.
    Echter meelwormen, ook insectenlarven, zitten tegenwoordig bij Appie en zelfs Spar in het vaste assortiment.
    En vleesmaden worden in menig Nederlands hospitaal gebruikt om dood weefsel van gecompliceerde wonden schoon te knagen, iets waarmee levens of toch ten minste ledematen worden gered. (Overigens: eerder genoemde bloedzuigers worden ook nog immer toegepast, door kwakzalvers zich noemende ‘natuurgenezer’.)

    Niet dat ik het eten van insecten –in welk ontwikkelingsstadium dan ook– propageer, maar dat het ‘vies’ zou zijn is voornamelijk perceptie.
    Toegegeven: vleesmaden kennen we van gevonden kadavers of uit onze eigen vieze vuilnisbak. Maar al is hun voedsel heel smerig, de beestjes zelf zijn prachtig blank, na een dagje in houmot helemaal schoongewriemeld en leeggescheten en dan ruiken en smaken ze nog het meest naar Pecorino: aromatisch, licht kazig, wat romig en zoetig. En dan spreek ik over rauw, maar alle proteïne dient natuurlijk voor consumptie verhit te worden, zoöok deze. (Nogmaals: ik raad het niemand aan en begin er ook zelf niet meer aan. Just saying. To Whom It May Concern.)

    Zelf noem ik garnalen ‘de kakkerlak van de zeebodem’, mijn pa beschrijft kaas als zijnde ‘bedorven kalverkots’ en een veganist die ik ken eet geen Quorn omdat ‘schimmels ook bewustzijn hebben’.
    ’t Is allemaal waar, maar niemand trekt zich er wat van aan…

    Eet wat je lekker vindt, al dat vieze lusten juist weer anderen.

    – “Waarom eet je geen vis dan? Ben je allergisch, is het voor je geloof, wacht, je sterrenbeeld is vissen…”
    – “Waarom eet ik geen vis? Omdat het niet hóéft!”

    *Muzikale Toegift*
    Een Leuk en Lekker Liedje waar je ook nog wat over de Afrikaanse Keukens Leert

    • NaamNomName says :

      CORR “Dat lvan die schiet me plots te binnen! ” > “Dat van die lijm schiet me plots te binnen.”

      (“Ivan die schiet me”? Klinkt als zo’n wachtwoord als voor Villa Maarheze: “Ivan strelyayet”.)

      Wacht, er stopt een geblindeerd busje, er stappen drie mannen in pak uit, er wordt aangebeld, momentje aub

    • Bertie says :

      Titel en schrijver van het boek weet ik niet meer, het was een korte scène in het verhaal.

      Vers-de-vas (zegt men hier) is al sinds de jaren 60-70 verboden, tot die tijd verkocht een hengelzaak het.
      Niet iedereen geloofde dat het een wondermiddel wasd.

  7. lummel says :

    Hallo NaNoné,

    Ik heb zelf nis met vissen (werkwoord).

    Ik heb mijn vader tot mijn achtste een paar keer ontmoet. Daarna verdween ie voor goed. Ik heb weinig echte herinneringen, de meeste zijn overgeleverd door mijn moeder, maar lijken echt. Ik herinner me zelf drie cadeaux die ik ooit gekregen heb: een rood amerikaans fietsie, een paar rolschaatsen met ijzeren wielen (ik reed toen op rubber wielen) en een grote bos met een werphengel met allerlei hulpstukken en een molen. Haakjes, lijntjes, loodjes, alles zat erop en eraan.

    Maar wie moest me leren vissen? In de Rijnstaat was een viswinkel. De eigenaar heeft me geholpen. De molen vol met draad winden, de molen op de hengel zetten, het middelste en:of bovenste eindje erop zetten, de haak eraan.
    Hij legde me ook uit hoe je moet werpen. De beugel spannen: “en dan geef je hem een rotgier” (zelf onthouden).

    De Rijnstaat heeft de Amstel aan het einde. Daar ging ik dus vissen. De rotgier ging prima en daarna zat het hakie vast in iets. Dat hakie heb ik nooit meer terug gezien. Nieuw hakie erop en opnieuw proberen. Uren lang Lou Loene. De volgende dagen pursies hetzelfde. Ik was toen al net zo ongeduldig als nu, dus heb ik het tweede advies van de viswinkel meneer gevolgd. Hij wilde de hengel met doos en hulpstukken wel kopen. Dat heb ik dus gedaan en nooit meer gevist.

    maar ik ben gek op vissen (zelfstandig naamwoord)

    PS het rooie amerikaanse fietsie werd gejat en de rolschaatsen weggegooid.

  8. lummel says :

    een grote bos met werphengel is natuurlijk een grote doos met werphengel

    • NaamNomName says :

      “Een bos hengels” is overigens correct Nederlands! Gangbaar zelfs.

      (*Terzijde* Google is my friend: sinds het begin van deze discussie krijg ik inens volop reclame over de hengelsportbeurs Visma in Ahoy, over kunstaas, over visreizen… Nog net niet over vispannen, maar WordPress denkt met ons mee! Wacht: dáárom krijg IK geen advertenties voor vispannen!!1!one!)

  9. lummel says :

    aan de Amstel zitten veel vissers met verschrikkelijk lange hengels. waarom gaan die niet aan de andere kant zitten met een kort hengeltje?

    Ik krijg zin in vis, morgen naar de markt dus.

    • NaamNomName says :

      Pur sies! Dat was dus ook mijn winnende tactiek, het zgn. ‘torrepikken’! Jong geleerd, oud gedaan: met een stokkie van 2 meter en een lijn van 3 al het kleine grut van vlak onder de kant wegvangen. Het dobberte drijft vlak voor je neus, je spant aan bij de lichtste verstoring, voel je weerstand dan strek je je arm en het visje landt in je schoot. Vaak zelfs zonder haak door de lip, gewoon op gevoel en momentum, noem het routine…

      Met ‘werphengels’ viste ik juist heel dynamisch, noem het ‘jagen’ –want dat is het. Op ruisvoorn en op snoek.
      Op ruisvoorn in poldervaarten ging dat met wat heet een “drijvende vlok”. Da’s op alle fronten hogeschool: die ‘vlok’ is een pluk vers wittebrood, die –let op!– zowel dienst doet als aas als wel als werpgewicht èn als dobber.
      De hengel heeft een lijn en een haak, that’s all.

      (Je rijgt een kwart boterham aan je haak en lijn, met een soort op-en-neergaande steek, zeg maar rijgen –of je gebruikt een grasspriet als ‘brace’, vervolgens dip je dat stuk brood gedeeltelijk in het te bevissen water, haalt het weer op en werpt het direct –onderhands, ‘casting’– op de gewenste plek. Wacht je iets te lang dan valt het brood van de haak onder invloed van de krachten. Dompel je iets te kort dan kom je gewicht te kort om op de juiste positie te casten. Maar áls je dan beet hebt, kolere! Ruisvoorn of Rietvoorn wordt ook wel ‘Rode Rijde’ genoemd, en da’s niet voor niks: het lijkt wel een rodeo! En ze zijn niet heel groot, maar wel sterk, en heftig, met een uithoudingsvermogen, vernuft, overlevingsdrang. Nog steeds mijn favoriete vis feitelijk!)

      Op snoek gaat met kunstaas, meest ’s winters, ook in polders, plassen en vaarten. Dan hebben ze het koud, zijn ze sloom en sjachrijnig, hebben nauwelijks honger, maar dan lok ik ze uit, windt ik ze op, maak ik ze gek, tot ze bijten uit ergernis. Du moment ze dan door hebben het haasje te zijn, exploderen ze in een primordeale reactie, waarbij het zelfs een keer voor is gekomen dat ik het beest uit een boom moest halen, die sprong hoger dan de sloot breed was en daarbij raakte mijn tuig in een moerbei verward.

      Andere keren gedraagt zo’n beest zich juist als een krokodil en gaat zo stil mogelijk in een holte of onder een stronk op de bodem liggen en gooit zijn gewicht in de schaal. Dan sta je eerst te twijfelen, dan te balen, vervolgens sta je tien minuten druk uit te oefenen en centimeter voor centimeter je lijn terug te halen, te slepen, te sleuren,je stok tot haast het breekpunt te buigen, maar houd dan altijd je vinger aan de slip –en gebruik nimmer de antiretour, vanzelf!– want soms nemen ze dan een spurt, en als dat 30 pond snoek in een slootje vol troep is, dan kan het nog zo koud zijn, maar dan kun je maar beter een gevlocjten lijn en een goede conditie hebben, alsmede kaplaarzen met profiel, en niet zoals ik ooit een paar Hollandse klompen. Die blijven weliswaar drijven, maar dat was niet het punt.

      Over mannen met hengels gesproken, mocht u zich eens vervelen kijk dan hier eens naar. Ik vond het de 25 minuten meer dan waard, want het heeft wel 4 of 5 lagen, en dan tel ik de programma-formule nog niet eens mee, en kijk daar ook doorheen, en spoel ook gerust door als het studiopubliek zijn zegje mag doen. Maar wát een drama –of is het een tragedie, of komedie? In elk geval episch.
      (Zulke mannen bestaan, en dit is er maar eentje, ik kwam ze iedere zaterdag tegen in zwermen.)

      Nu ja, kijk zelf maar:

  10. Bertie says :

    Helemaal fout begonnen, de eerste paar lessen doe je in een aquarium, goudvissenkom desnoods.

    • Ilona says :

      Bertie, had jij dan niet zo’n in het vierkant gevouwen karton op het tafelkleed staan waar je niet in mocht kijken, met plastic visjes, een stokje, draadje en een magneetje?

      • Bertie says :

        Jazeker, daar begon je mee, droogvissen.☺

      • lummel says :

        Ja dat had ik ook!

      • NaamNomName says :

        Nou moe, da’s mal zeg! Niet ironisch (Ilonisch?), telepatisch of telefonisch, echter niet alleen houd ik me de laatste tijd bezig met “magnet fishing” als zodanig –zie aldaar via uw G & YT– maar heb ik in dezen ook een geheel nieuw stuk gereedschap ontwikkeld, waar ik nu nog weinig meer over kan zeggen dan dat het uit een flexibele mat gevuld met supermagneten bestaat. Alleen die ‘plastic visjes’ kloppen niet…

        🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: